Diamant werd voor het eerst ontdekt in India. Daar werd het een krachtig religieus symbool. Diamanten hebben steeds een bijzondere aantrekkingskracht gehad op de mens. De oude Grieken dachten dat het tranen van de goden waren, de Romeinen aanzagen ze voor de splinters van vallende sterren en tot de vijftiende eeuw mochten diamanten in Europa enkel door mannen gedragen worden omdat men dacht dat de 'magische krachten' te sterk zouden zijn voor vrouwen.

Diamant is gekristalliseerde vorm van pure koolstof. Dit ontstaat tussen 140 en 190 kilometer onder de aardkorst, tussen de aardkorst en het magma. Onder de extreme druk en temperatuur vormen de koolstofatomen een erg hecht rooster. Door vulkanische activiteit worden de diamanten mee naar het aardoppervlak geduwd. Daar worden ze in grote mijnen ontgonnen.

Vandaag zijn de meeste diamanten afkomstig uit Afrika. Andere vindplaatsen bevinden zich in Canada, Rusland, Brazilië, India en Australië.